Engelse taal

De beoordeling van herkomst startkapitaal bij aanvraag horeca exploitatievergunning; een nieuw wapen of een losse flodder?

Recentelijk kopten diverse kranten dat de gemeente Amsterdam een sterk wapen zou hebben gevonden om crimineel geld te weren uit de horeca. Op grond van een gerechtelijke uitspraak zou de bewijslast mogen worden omgekeerd, zodat ondernemers in het vervolg moeten “aantonen dat hun startkapitaal zuiver is”.

Het gaat om een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 9 oktober 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:7913). Uit deze uitspraak volgt dat de Burgemeester een aanvraag om een exploitatievergunning van een restaurant buiten behandeling heeft gesteld, omdat de aanvraag niet compleet zou zijn. Naar het oordeel van de Burgemeester heeft de exploitant onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe de externe financiers van de exploitant aan de uitgeleende geldbedragen zijn gekomen. Het gaat – blijkens de uitspraak – om een bedrag van in totaal € 30.000,= dat contant is ontvangen.

Naar het – voorlopig – oordeel van de voorzieningenrechter heeft de Burgemeester terecht gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om op grond van artikel 4:5 lid 1 Awb de vergunningaanvraag wegens incompleetheid buiten behandeling te laten.

Bij het – voorlopig – oordeel van de voorzieningenrechter kunnen echter vraagtekens worden geplaatst.    

De reden hiervoor is dat in de ministeriële regeling horende bij de Wet Bibob vragenformulieren zijn voorgeschreven voor de aanvraag van (onder andere) exploitatievergunningen. Weliswaar is het de Burgemeester toegestaan bij het samenstellen van een vragenlijst de vragen uit het vragenformulier te herformuleren, mits van de (vergunning)aanvrager niet meer gegevens of bescheiden worden verlangd dan op grond van het vragenformulier – als opgenomen in de ministeriële regeling – zou worden verlangd.

Uit bijlage 3 bij de ministeriële regeling volgt dat in geval van externe financiering (geldleningen) de aanvrager dient in te leveren:

  • (kopieën van) de ondertekende overeenkomst(en) met betrekking tot deze leningen;
  • (kopieën van) bewijsstukken waaruit blijkt dat het geleende geldbedrag ook daadwerkelijk is ontvangen (bij voorbeeld rekeningafschriften);
  • (kopieën van) bewijsstukken met betrekking tot de eventueel aangegeven zekerheden.

Het door de Burgemeester gehanteerde formulier gaat in geval van externe financiering evenwel verder dan bijlage 3 bij de ministeriële regeling. Naast een kopie van de ondertekende overeenkomst en bewijs dat het geldbedrag ook daadwerkelijk is ontvangen, wenst de Burgemeester per financiering bewijsstukken waaruit de herkomst van het vermogen van de financier blijkt (bij voorbeeld jaaropgaven of belastingaangiften van de financier).

Het vragen naar de herkomst van het vermogen van de financier (de omkering van de bewijslast) staat op gespannen voet met het vragenformulier zoals opgenomen in de ministeriële regeling. Dit geldt temeer, aangezien onderzoek naar de herkomst van het vermogen van de financier bij uitstek op de weg ligt van het Landelijk Bureau Bibob, dat daarvoor de toegang heeft tot zowel open als gesloten bronnen. Uit de uitspraak van de voorzieningenrechter volgt niet dat deze met het vorenstaande rekening heeft gehouden.

Gelet op het vorenstaande is het nog maar de vraag of de Burgemeester daadwerkelijk een nieuw wapen in de hand heeft bij de beoordeling van de herkomst van startkapitaal bij de aanvraag van een horeca exploitatievergunning. Op basis van de toepasselijke regeling lijkt de conclusie eerder gerechtvaardigd dat sprake is van een losse flodder. Het verdere verloop van de procedure (het gaat immers om een uitspraak in voorlopige voorziening hangende bezwaar) zal hierover meer duidelijkheid moeten geven. Uiteraard zullen wij deze procedure (en mogelijk vergelijkbare procedures) voor u blijven volgen.


Voor meer informatie of vragen over het bovenstaande kunt u contact opnemen met mr. Ramon Riddermr. Douwe op de Hoek of mr. José Veldman van de sectie Bestuursrecht.  

Nieuwsbericht d.d. 20 november 2018

Labré advocaten stelt haar nieuwsberichten zorgvuldig samen op basis van de op dat moment geldende regelgeving. Onze nieuwsberichten kunnen door de actualiteit worden achterhaald en hebben een algemeen karakter waardoor zij niet als juridisch advies kunnen worden beschouwd.

« Terug

Labré advocaten ook in 2017 opgenomen in lijst Top Vastgoedjuristen (PropertyNL)

PropertyNL, het grootste onafhankelijke researchcentrum voor vastgoed in Nederland, heeft onlangs
de lijst Top Vastgoedjuristen 2017 gepubliceerd.

Labré advocaten is met 6 vastgoedadvocaten voor de vierde keer op rij vermeld in deze lijst van Top Vastgoedjuristen.

PropertyNL vermeldt: